Een avond in een restaurant. Aan tafel zit ook een "wijnkenner". Ik, altijd ijdel en gewichtigdoenerig, laat hem voorgaan: hij mag de zes wijnen uitzoeken die we op deze Berlijnse nazomeravond onder een bewolkte hemel zullen drinken. Iedereen is nieuwsgierig.
En de "wijnkenner" maakt een goede keuze. Eerst een Kerner uit Saksen en een Sauvignon uit de Pfalz. Daarna een Weissburgunder uit Württemberg en een Chassagne-Montrachet uit de Bourgogne. Ook door de jaren heen heeft hij gelijk: bij de aromatische druivenrassen (Kerner en Sauvignon) laat hij het omstreden jaar 2008 links liggen en geeft hij de voorkeur aan de fruitige wijnen uit 2009. Bij Weissburgunder en Chardonnay grijpt hij naar de oudere jaargangen 2005 en 2001. Je ziet: hier zit iemand die al veel heeft gedronken. En die weet wat lekker is.
Bij de rode wijnen dezelfde vreugde: een Spätburgunder uit de Pfalz (als verrassing daarbij een Merlot uit dezelfde streek). En een Bordeaux uit 2005. De avond is voor mij gered. Nu nog goede gesprekken, een lichte alcoholroes en daarna een stevig matras in een goed geventileerde en rustige kamer.
Geen angst, er volgt geen "maar". De avond was werkelijk geslaagd. Het viel me alleen op met welke woordenschat de onbetwiste kenner van het vak zijn zorgvuldig uitgekozen wijnen beschreef. Met woorden die je al honderden keren hebt gehoord; met woorden uit de geheimzinnige en bloemrijke wijntaal, die een drempel vormt. Een toegangsdrempel tot de legendarische wereld van de "echte" wijnkenners, die kliek die je het wijn drinken altijd weer tegenmaakt.
Daarbij horen uitdrukkingen als "natte kater" of "paardenzadel". Beschrijvingen als: "Een boeket uit de kruidentuin." Of: "Een compositie van rijpe perziken met een vleugje gebrande amandelen." Soms vervallen de wijnkenners in gewaagde en mislukte constructies als: "Een wijn als de ouder wordende Jeanne Moreau." Dan wordt het belachelijk.
Het is geenszins zo dat deze beschrijvingen niet kloppen. Paardenzadel, okselzweet, kruidentuin, steenfruitneus of lent weide laten zich stuk voor stuk herkennen. Maar met slechts een paar begrippen meer heeft de taal van de wijnkenners (en daarmee worden vooral vinothecarissen en sommeliers bedoeld) haar grenzen bereikt. Er valt echter veel meer te ruiken en te proeven, maar dat laat zich moeilijk combineren met wijn en cultuur. Dat geloven althans de hoeders van de wijnproeverij.
Een zeer minerale Riesling kan bijvoorbeeld naar "koude asbak" ruiken. En smaken als een stalen spoorstaaf, als je je nog kunt herinneren hoe je daar als kind aan likte. Zoals ik bijvoorbeeld. Die smaak komt voor in sommige Rieslings uit Rheinhessen. In de kring van wijnexperts heet dat dan: "ijzerkarakter". Wat saai.
Ik raad aan om de associaties gewoon de vrije loop te laten. Iedereen kan, iedereen moet zeggen wat hij denkt wanneer zijn reukzintuigen de geur van de wijn waarnemen. Niets is gênant, de gangbare begrippen kunnen worden gebruikt, maar ook volledig buiten beschouwing worden gelaten. Alleen zo komen er nieuwe begrippen in het spel, die de horizon van de uitdrukkingen verbreden.
Want de wijntaal lijdt onder steeds dezelfde woorden die alle wijnen moeten beschrijven; bovendien zijn het woorden die, hoewel ze juist lijken, door de "gewone" wijndrinker slechts ten dele kunnen worden begrepen. Met hun woordenschat blijven de "wijnkenners" onder elkaar. Een sekte die haar begrippen afschermt van het publiek. En daarvoor bewondering oogst.
Dus laat ik de aanwezigen antwoorden. Hoe ruikt de wijn? Hoe smaakt hij? En? "De wijn ruikt naar nat haar dat met Nivea-shampoo is gewassen." En? "De wijn ruikt naar de ruggen van die Brockhaus-delen die bij ons staan." Een ander stemt in. "Ja, dat kan ik ook ruiken."
"De wijn ruikt naar boomschors." Of naar een rotanstoel op het strand. Naar vochtwerende spray in een leren schoen. "Maar ook naar peer," werpt iemand aan tafel tegen. Ja, klopt, hij ruikt ook naar peer.
En dan zegt iemand, namelijk ik: "De wijn ruikt naar het parfum van Gabi Mayer. Het parfum van Gaby Mayer met zout erop." En iedereen lacht. Dat kan nu werkelijk niemand meer begrijpen. Maar dat geeft niet. Ik kan het.
Het belangrijkste is dat de beperkte en bloemrijke taal van proevers, testers en experts wordt ondergraven. Ingenieurs en chemici, ruimtevaarttechnici en automobielconstructeurs mogen hun beperkte woordenschat verdedigen. Over wijn (en schnaps) valt meer te zeggen dan steeds dezelfde holle frasen. Maak een salto door de alfabetten!
