(Gerhard Retter / Redactie)
Sylt behoort niet tot de plaatsen waar we Oostenrijkse topwijnen verwachten. Buiten bepalen duinen, heide en de Noordzee het beeld, binnen kookt Jan-Philipp Berner al jaren op een niveau dat ook ver buiten Duitsland aandacht krijgt. Precies daar nodigde Österreich Wein uit voor een grote proeverij. Na enkele glazen speelde de locatie echter geen rol meer. Goede wijnen hebben geen thuisvoordeel nodig.
De Söl’ring Hof bezit een aangename vanzelfsprekendheid. Niemand hoeft daar te bewijzen hoe goed de keuken of de bediening is. Dat begint al bij de eerste gangen. Boekweitkoekje met notenboter, beekforel met aardappel en mout, tartaar van Holsteiner rund met Kieler sprot, rode biet met pruimenpit en roos, pijlinktvis met venkel en croustade – elk gerecht was helder doordacht en precies bereid. De producten stonden centraal. Dat volstond volledig.
Bijna nog interessanter vond ik de blik op de bediening. Wie jarenlang als maître heeft gewerkt, observeert automatisch de dingen tussen keuken en gast. Looproutes. Oogcontact. De juiste timing. Het bijschenken van een glas op het passende moment. In de Söl’ring Hof gebeurde dat allemaal met een rust die je niet kunt instuderen; die ontstaat pas wanneer een team in de loop der jaren naar elkaar toe is gegroeid.
Toen kwamen de Oostenrijkse wijnen.
Wie het Oostenrijkse wijnschandaal van de jaren tachtig nog heeft meegemaakt, weet welke weg dit wijnland heeft moeten afleggen. Nauwelijks een wijnland heeft zijn internationale reputatie in zo korte tijd zo fundamenteel veranderd. Tegenwoordig behoren Oostenrijkse topwijnen voor mij vanzelfsprekend tot de wereldklasse. Niet omdat ze overal de duurste zouden zijn, maar omdat ze hun eigen stijl hebben gevonden. Dat geldt zowel voor Grüner Veltliner als voor Riesling, Sauvignon Blanc, Chardonnay en Blaufränkisch. Oostenrijk hoeft al lang niemand meer te kopiëren.
De aftrap werd gegeven door Bründlmayers Blanc de Blancs Große Reserve Extra Brut 2014. Brioche, geroosterde hazelnoot, gekonfijte citroenzeste, krijt en een ziltige frisheid vormden een verbazingwekkend gesloten geheel. De rijpheid was volledig geïntegreerd, de perlage fijn, de zuren droegen de wijn tot ver voorbij de laatste slok. Een mousserende wijn die laat zien hoe vanzelfsprekend Oostenrijkse sekt vandaag tot de internationale top behoort.
Daarna volgde Gelber Muskateller Ried Perz van Gross uit de jaargangen 2021 en 2013. Het druivenras draagt tot op de dag van vandaag het vooroordeel met zich mee dat het vooral geschikt zou zijn voor ongecompliceerde zomerwijnen. De 2021 toonde weliswaar vlierbloesem, muskaat en witte perzik, maar bezat daarnaast ook kalk, frisheid en een verbazingwekkend heldere structuur. Dit was geen geurige fruitbom, maar een serieuze wijngaardwijn.
Nog spannender ontwikkelde de 2013 zich. Kamille, venkelzaad, witte thee en wat bijenwas namen de plaats in van het jeugdige fruit. Maar iets anders was doorslaggevend. Voor het eerst sprak niet langer het druivenras, maar de wijngaard. Precies daar begint voor mij grote wijn.
Met de Sauvignon Blanc Alter Kranachberg van Sattlerhof verschoof de proeverij naar Zuid-Stiermarken. De 2023 kwam glashelder, fris en precies over. Limoen, witte bes, grapefruit en vuursteen stonden dicht naast elkaar zonder elkaar te overstemmen. De wijn heeft nog vele jaren voor zich.
De 2017 liet zien wat flesrijping kan bewerkstelligen. Het fruit trad terug. Kalk, kruiden en ziltigheid wonnen aan betekenis. Plotseling interesseerde niet langer Sauvignon Blanc als druivenras, maar de Kranachberg zelf. Meer kan een grote wijngaardwijn nauwelijks bereiken.
Met Johannes Hirschs Riesling Ried Gaisberg 2023 en 2017 zette deze ontwikkeling zich voort. Riesling behoort tot de eerlijkste druivenrassen die er zijn. Fouten verbergt hij niet. De jonge jaargang bracht witte perzik, abrikoos, citroenschil en vuursteen mee, plus een precieze zuurgraad die de wijn strak bijeenhield. Alles kwam jong, helder en uitgesproken levendig over.
De 2017 liet vervolgens zien waarom geduld bij grote rieslings bijna altijd wordt beloond. Het fruit raakte op de achtergrond. Daarvoor in de plaats kwamen kruiden, steen, zout en een opmerkelijke diepte tevoorschijn. De wijn werd met elke slok rustiger en tegelijkertijd groter. Precies daarom loont het om grote Oostenrijkse rieslings niet te vroeg te drinken.
Met Vino Gross IgliČ Furmint uit de jaargangen 2023 en 2016 verplaatste de proeverij zich even naar een ander land, maar niet naar een ander wijnlandschap. Štajerska ligt politiek gezien in Slovenië. Vanuit wijnbouwkundig oogpunt behoort het gebied al eeuwen tot die cultuurregio die naadloos aansluit op Zuid-Stiermarken. Wijnstokken kennen geen staatsgrenzen. Bodems en klimaat evenmin.
De 2023 toonde citrusvruchten, witte perzik, appelschil en kamille, plus een fijne tanninestructuur die de wijn extra spanning gaf. Furmint heeft soms iets bijna strengs. Hier kwam dat gecontroleerd en uitgesproken elegant over.
De 2016 was duidelijk verder ontwikkeld. Kweepeer, honingraat, gedroogde kruiden, wat rook en vuursteen bepaalden het beeld. Met elke minuut won de wijn aan diepte zonder aan frisheid in te boeten. Juist zulke gerijpte furmints laten zien welk potentieel dit druivenras bezit.
Daarna stonden twee chardonnays van Kollwentz in het glas. De Gloria behoort al jaren tot de grote witte wijnen van Oostenrijk en hoeft al lang niet meer met Bourgogne te worden vergeleken. De vraag of een Oostenrijkse chardonnay Bourgondisch smaakt, is eigenlijk achterhaald. Goede Oostenrijkse chardonnays smaken vandaag bovenal naar hun herkomst.
De Gloria 2023 toonde witte perzik, citroenzeste, verse amandelen en fijne kalk. Alles kwam geconcentreerd maar nooit zwaar over. Het fruit bleef helder, het hout hield zich volledig op de achtergrond en de wijn bezat die ziltigheid die je van het Leithagebergte verwacht.
De 2016 speelde al in een andere klasse. Hazelnoot, bijenwas, brioche, warme stenen en gedroogde kruiden ontwikkelden zich met elke minuut verder. Het indrukwekkende was minder het aromatische profiel dan de innerlijke rust van deze wijn. Niets drong zich naar voren. Alles had zijn plaats gevonden.
Met de Grünen Veltliner Smaragd Ried Achleiten van Domäne Wachau kwamen twee jaargangen van een van de belangrijkste Oostenrijkse wijngaarden in het glas. De Achleiten bezit een signatuur die zich door de decennia heen verbazingwekkend constant handhaaft.
De 2024 toonde abrikoos, peer, witte peper, venkelzaad en citruszeste. Jeugd, frisheid en precisie bepaalden de indruk. De wijn staat nog helemaal aan het begin van zijn ontwikkeling.
Heel anders was de 2020 Late Release. Kamille, hazelnoot, kruiden en warme steen bepaalden het beeld. Vier jaar flesrijping hebben de wijn niets ontnomen, maar hem juist ordening gegeven. Precies daarvoor loont geduld.
Met Fritz Wieningers Grand Select Pinot Noir uit de jaargangen 2022 en 2015 maakte Wenen tot het thema. Dat een miljoenenstad wijnen van deze kwaliteit voortbrengt, blijft opmerkelijk. De 2022 toonde zure kers, cranberry, viooltjes en sandelhout. Het hout bleef discreet, het fruit fris en koel. Een pinot noir die zich niet door kracht definieert.
De 2015 bevestigde hoe mooi Oostenrijkse pinot noir kan rijpen. Bosbessen, truffel, zwarte thee en gedroogde rozenblaadjes bepaalden het aromabeeld. De tannine was volledig geïntegreerd en droeg de wijn tot in een lange finale.
Met de Cuvée G van Gesellmann volgden twee wijnen waar ik bijzonder nieuwsgierig naar was. De 2015 bezit kracht, concentratie en veel substantie. Donkere bessen, cederhout, pure chocolade en specerijen voegden zich samen tot een indrukwekkend geheel.
Nog completer kwam de 2012 over. Zwarte kers, grafiet, sigarenkistje, truffel en fijne specerijen stonden in een balans die alleen gerijpte rode wijnen bereiken. Niets vroeg om aandacht. Juist daarom bleef deze wijn bijzonder lang in de herinnering.
Met Paul Achs’ Blaufränkisch Altenberg uit de jaargangen 2022 en 2016 keerde de proeverij nog eenmaal terug naar Burgenland. Blaufränkisch behoort tot de druivenrassen die met enige rijping pas echt laten zien wat erin zit.
De 2022 presenteerde donkere kersen, bramen, viooltjes, grafiet en jeneverbes. De tannine was fijn, het fruit koel en precies. Alles wees erop dat deze wijn nog vele jaren voor zich heeft.
De 2016 had die jaren al achter zich. Zwarte thee, tabak, donkere kers, wat grafiet en een opmerkelijke rust bepaalden de indruk. De wijn kwam volledig bij zichzelf aangekomen over. Juist zulke flessen maken duidelijk waarom Blaufränkisch vandaag tot de spannendste rode wijnen van Europa behoort.
De afsluiting werd verzorgd door Gerhard Kracher met twee Welschriesling Trockenbeerenauslesen, jaargang 2022 en de Library Release 2006 uit de serie „Zwischen den Seen“. Grote zoete wijnen worden vaak beschreven aan de hand van hun suikergehalte. Dat schiet tekort. Doorslaggevend is altijd de zuurgraad. Die draagt de wijn, houdt hem fris en voorkomt elke zwaarte.
De 2022 toonde abrikoos, gele perzik, gekonfijte sinaasappelschil, saffraan en acaciahoning. Ondanks de enorme concentratie bleef de wijn verbazingwekkend lichtvoetig. De zoetheid was aanwezig, maar nooit dominant.
De 2006 kwam volkomen anders over. Gedroogde abrikozen, dadels, vijgen, bijenwas, zwarte thee en fijne specerijen bepaalden het beeld. Wat mij echter het meest indruk maakte, was de frisheid. Na bijna twintig jaar bezat de wijn nog altijd een levendigheid die veel jonge zoete wijnen missen.
Ook de foodpairing behoorde tot de sterkste prestaties van deze middag. Huchels Alpha met zomerbloemen en sparrentoppen, noordzeekrab met zomergroenten en munt, riddervis met radijs en geroosterde aardappel, onglet en kalfskop met selderij en dragon, evenals abrikoos met karamel, cashew en Tagetes tenuifolia, begeleidden de wijnen met een opmerkelijke precisie. De keuken probeerde nooit de wijnen te overtreffen. Ze gaf ze ruimte en won juist daardoor aan expressie.
Na meerdere uren, talrijke flights en veel gerijpte jaargangen bleef voor mij vooral één inzicht over: Oostenrijkse topwijnen hebben tijd nodig.
Jonge jaargangen maken vaak onmiddellijk indruk. Ze bezitten frisheid, precisie en energie. Na enkele jaren flesrijping verandert echter hun innerlijke ordening. Het fruit treedt wat terug, de herkomst wordt duidelijker, de textuur rustiger. Precies in dit stadium beginnen veel van deze wijnen hun ware grootheid te tonen.
Ik ben Oostenrijker. Juist daarom ben ik eerder kritisch tegenover Oostenrijkse wijnen. Patriotisme vervangt geen kwaliteit. Die middag hoefde niemand iets te beweren of uit te leggen. De wijnen deden dat zelf.
Ook hun prijs-kwaliteitverhouding blijft opmerkelijk. Wie vandaag op zoek is naar grote witte en rode wijnen, vindt in Oostenrijk kwaliteiten die internationaal tegen aanzienlijk hogere prijzen zouden moeten worden verhandeld. Wachau, Kamptal, Kremstal, Wagram, Traisental, Wenen, Burgenland, Zuid-Stiermarken, West-Stiermarken of het Vulkanland – nauwelijks een ander wijnland biedt op zo’n klein oppervlak een vergelijkbare verscheidenheid aan zelfstandige herkomsten.
Mijn dank gaat uit naar Österreich Wein, alle betrokken wijnboerinnen en wijnboeren, evenals naar Jan-Philipp Berner, Bärbel Ring en het volledige team van de Söl’ring Hof. Deze middag heeft op indrukwekkende wijze laten zien hoe vanzelfsprekend grote keuken en grote wijnen elkaar kunnen vinden wanneer beide partijen bereid zijn een stap terug te doen.
