(Manfred Klimek / foto: Weingut Emil Bauer)
De wijn en de keuze van de woorden (WamS, augustus 2011)
Ik kan het niet meer aanhoren. En het irriteert me al jaren. Voortdurend vertellen mensen me dat ze vanavond bij het eten of tijdens het ontspannen een „mooi glas wijn drinken“. Of – nog veel vermeteler – een hele fles mooie wijn. Zoveel schoonheid is nauwelijks te verdragen, elke keer beneemt het me de adem. Het liefst zou ik die persoon bij de keel grijpen. Mooie wijn? Wat een onzin!
Drinkt men in Frankrijk mooie wijn? Nee! In Italië? Ook zelden. In Oostenrijk? Vanzelfsprekend nauwelijks. Waarom drinken de Duitsers dan voortdurend mooie wijn? Is hun leven zo grauw? Hoe heet eigenlijk het tegenovergestelde van mooie wijn? Lelijke wijn?
De Duitsers drinken „mooie wijn“, omdat wijn geen deel uitmaakt van hun dagelijkse cultuur. Wijn is een beloning, iets bijzonders waarvan men in een voorname omgeving moet genieten en dat men daar moet vieren. En dan moet het een mooie wijn zijn. Zo praten mensen zichzelf de bocht van de discounter interessant. Drie euro en negentig cent. Maar een mooie wijn. Absurd.
Zelden bestaan er in een land dommere begrippen en categorieën voor wijn dan in Duitsland. Zo is er bijvoorbeeld de „terraswijn“. Die moet zo jong en onopvallend mogelijk zijn, maar daarentegen fruitig en sprankelend, zodat men hem in de zomer op het balkon kan drinken. Ik drink op het balkon echter graag een Meursault of een soortgelijke volle Bourgogne. Ook bij vlees van de grill. Die is beter dan de karakterloze terraswijnen, die alleen verkocht kunnen worden omdat men de consument wijsmaakt dat hij zich aan de regel moet houden om buiten en in de zon een bepaald soort karakterloze wijn te drinken.
Of de „haardwijn“, alweer zo’n idiote indeling. Met haardwijn worden zware rode wijnen bedoeld die men niet bij het eten drinkt, maar volgens voorschrift voor een laaiend vuur of in een vergelijkbaar ontspannen sfeer als een soort medicijn tot zich moet nemen. Zo’n wijn moet eerst enkele uren ademen voordat hij vervolgens lauw wordt gedronken. Dan knikken de wijnexperts: Ja ja, een echte haardwijn. Wat expressief.
Nog zo’n onding is de „alledaagse wijn“. Hele gemeenschappen van wijnliefhebbers zoeken in blogs en internetfora wanhopig naar deze alleskunner. De alledaagse wijn is meestal rood en moet smaken als een goede Bordeaux, maar slechts een tiende kosten. En hij mag ook geen hoofdpijn veroorzaken. Een wijn dus die naar meer smaakt, maar de portemonnee spaart als men hem dagelijks wil drinken. Maar de meeste Duitsers drinken thuis niet dagelijks wijn. En zo raken de kisten met alledaagse wijnen binnen 12 maanden leeg. En niet binnen 12 dagen.
Waarom kan het niet gewoon een goede wijn zijn? Waarom blijft dit wijngeleuter maar doordringen? En waarom moeten er in Duitsland zogenaamde wijnpunks zijn, dus wilde types, meestal met tatoeages, leren kleding en een harde blik, die hun eigen generatie en een jongere generatie het wijndrinken aantrekkelijk maken alsof dit een missie van wereldhistorisch belang is? Toch breek ik een lans: persoonlijk heb ik deze doorgedraaide wijnpunks liever dan de verknipte wijnschrijvers die ons met de terraswijn en de haardwijn hebben opgezadeld. Want de wijnpunks willen de omgang met wijn normaliseren, willen wijn naar het alledaagse en ongecompliceerde overbrengen. Om redenen van opvallendheid en het daadwerkelijk geleefde onconventionele hebben ze daarvoor het afgetrapte nodig, omdat het geleuter over wijn nog altijd het bolwerk is van een uiteindelijk kleinburgerlijke en stierlijk saaie burgerij.
Waarom kan men in Duitsland niet gewoon wijn drinken? Zoals men dat in Italië doet. Zonder er veel over na te denken. Waarom probeert men rond goedkope wijnen een aura van eerlijkheid op te bouwen? En rond dure wijnen de verdenking van bedrog? En waarom moet er in een wijncolumn altijd een wijnaanbeveling staan? Goed dan, hier is er een. Ik beveel een alledaagse wijn aan, een Bordeaux die weinig kost en die men altijd kan drinken, de Chateau du Retout uit 2009. Licht gekoeld smaakt hij ook op het terras. En voor de haard. En ook met een veiligheidsspeld die door de wang is gestoken. Dat moet voldoende beschrijving zijn.