Van het Badische Markgräflerland is het nauwelijks vijftien minuten rijden naar de Elzas, aan de Franse kant van de Rijn. Vijftien minuten die aanvoelen als een kleine reis door de tijd. Aan de Duitse kant van de grensrivier treffen we overal nieuw gebouwde kelders, moderne architectuur en investeringen aan die het economische succes van de afgelopen jaren zichtbaar maken. Nauwelijks zijn we de rivier overgestoken, of het beeld verandert. De Elzas oogt ouderwetser, rustieker, bijna alsof de tijd er heeft stilgestaan. In de wijngaarden werken nog altijd die Franse landarbeiders die hier al generaties lang bij de wijnbouw horen. Ze rijden op eenvoudige tractoren, praten met een verbazingwekkende vanzelfsprekendheid over bodems, wijnstokken en weer en doen hun werk met een mengeling van trots en kalmte die onderdeel is geworden van de Elzasser wijncultuur. Deze romantiek van de landarbeider is aan de Duitse oever van de Rijn grotendeels verdwenen. Je zou kunnen denken dat de Elzasser wijnbouw ten opzichte van zijn Duitse buren achterop is geraakt. Na enkele bezoeken is het duidelijk: het tegendeel is waar. De gebieden zijn gelijkwaardig, maar de Elzas heeft wereldwijd de grotere naam.
Juist wijnbedrijven als de biodynamische Domaine Léon Boesch laten zien dat grote wijnen niet per se in blinkende kelders ontstaan. De structuren zijn eenvoudig, de keldertechniek oogt onopvallend – en is bewust niet van de nieuwste technische stand. Eigenaar Matthieu Boesch spreekt, voor een Fransman tamelijk ongebruikelijk, zeer goed Duits en belichaamt het onvoorwaardelijke vertrouwen in het familieambacht. Zijn Sylvaner Pierres Rouges (€ 21,50) bezit precies deze onopgesmukte grootsheid: vleessige tonen, prei, walnoot, een vleugje ginseng, limoen en sinaasappelschil leiden naar een plantaardige, smakelijke finale met aan het einde van de slok een verrassend klein aalbesfruit. Ook de spontaan vergiste Muscat L’Amandier (€ 21,50) verrast: donkere notenaroma’s, zout, dichtheid en een elegantie die me bij momenten doet denken aan het rustieke van sommige Wachau-wijnen. Alleen kosten de wijnen van Boesch ongeveer twee derde van wat je daar financieel voor neertelt.
Op slechts enkele kilometers afstand maakt Domaine Hurst wijnen, waarvan de wijnen hetzelfde landschap al even overtuigend interpreteren. De Riesling Lieu-Dit Boland 2022 (€ 26,00) begint met tonen van vers schrijfpapier, karwij en een vleugje drukinkt. Kruiden, witte wijngaardperzik, groene appel en een fijne rokerigheid verlenen hem daarna een eigenzinnige persoonlijkheid die zich aan elke eenvoudige typiciteit van het druivenras onttrekt. De Riesling Grand Cru Brand 2022 (€ 32–34,00) komt aanvankelijk gesloten over, opent zich met lucht en toont die donkere notigheid en rustige diepte die grote rieslings vaak pas met geduld prijsgeven. Bijzonder indrukwekkend blijft de Pinot Gris Brand 2022 (€ 26–28,00). Wat elders soms vulgair naar weelderig exotisch fruit omslaat, wordt hier gedisciplineerd en precies gestuurd. Ananas en abrikoos ontmoeten vochtige roodgrijze aarde, paddenstoelen, limoen en krijt. Later verschijnen kweepeer, een vleugje peer, roze suikerspin en ten slotte een tikje geelwortel. Een wijn met een opmerkelijke spanning en een geschat rijpingspotentieel van twintig jaar.
Juist deze directe nabijheid maakt het Boven-Rijngebied tot een Europese bijzonderheid. Twee wijnlandschappen liggen op slechts enkele minuten van elkaar en zouden qua cultuur nauwelijks meer van elkaar kunnen verschillen. Decennialange politieke scheidingen hebben in andere Europese grensregio’s veel minder sporen nagelaten. Tussen Oostenrijk en Tsjechië, Hongarije of Slovenië lijken de wijnbouwculturen ondanks hun grensverloop tot op de dag van vandaag opmerkelijk sterk op elkaar. Hetzelfde geldt voor de door Italië en Slovenië gedeelde Collio. Tussen het Markgräflerland en de Elzas heeft de Rijn daarentegen twee volledig verschillende wijnwerelden bewaard. Juist daarom is de korte rit over de grens de moeite waard. Niet om verschillen te beoordelen, maar om te ervaren hoe veelzijdig wijn kan ontstaan – en hoe weinig keldertechniek en staatsgrenzen uiteindelijk beslissen over de grootsheid van wijnen.
